Bloomm & Co

Praktijk voor psychologische hulp, systeemtherapie & opvoedkunde



Gedragsproblemen en gedragsstoornissen bij kinderen 

Kinderen hebben periodes waarop ze boos en opstandig zijn en in de peuterfase is het zelfs een belangrijke fase voor de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, maar lastig kan het soms wel zijn. Kinderen willen graag situaties en gevoelens duidelijk maken, maar lukt het vaak nog niet dit in woorden uit te leggen. Wanneer boosheid en opstandigheid vaak voorkomen, wanneer het kind niet zelf of met een beetje hulp tot rust kan komen of wanneer ze langer aanhouden dan gezien de leeftijd passend is, dan ontstaan er zorgen. Zowel thuis als op school wordt het moeilijker het kind te begrijpen en het schoolwerk en de sociale contacten gaan leiden onder de gedragsproblemen.

Een gedragsprobleem is niet hetzelfde als een gedragsstoornis

Wij helpen veel kinderen en jongeren die een hulpvraag hebben met hun gedrag of keuzes voor hun gedrag. Een gedragsprobleem is niet hetzelfde als een gedragsstoornis. Bij gedragsproblemen onderzoeken wij de ontwikkeling van het kind (taal, motoriek, intelligentie en betrekken wij de omgeving bij het opstellen van het ontwikkelplan. Wij kijken naar de mogelijkheden en gaan eerst antwoorden zoeken en oplossingen aandragen. Wij vinden het belangrijk dat ieder kind zich fijn voelt, weer plezier beleeft en een basis heeft om veilig op te groeien.

Soms komen we tot de ontdekking dat het bovenstaande niet genoeg is en dan kan er sprake zijn van een gedragsstoornis. Bij Bloomm & Co diagnosticeren wij niet, maar weten wij vanuit de generalistische basis GGZ dat kinderen met gedragsstoornissen kunnen drie gedragsvormen laten zien, die door de omgeving als lastig wordt ervaren namelijk: oppositioneel (opstandig) gedrag, antisociaal gedrag en agressief gedrag.

 1. Opstandig gedrag

  •  driftig gedrag
  •  vaak ruzie hebben met volwassenen
  •  weigeren om zich te voegen naar regels van volwassenen
  •  anderen met opzet irriteren
  •  prikkelbaar gedrag
  •  boos en gepikeerd gedrag

 

 

2. Antisociaal gedrag 

Er is sprake van probleemgedrag dat ernstiger is dan bij opstandig gedrag. Dit laat zich kenmerken door: 

  •  vechten
  •   stelen  (vaak in samenwerking met leeftijdsgenoten)
  •   liegen
  •   spijbelen
  •   gedrag dat  leidt tot een schorsing van school of club
  •   niet  gevoelig zijn voor straf
  •   niet tonen van spijt en/of goedmaakgedrag
  •   kil narcisme (opgeblazen gevoel van eigenwaarde, geen empathie)
  •   een antisociale levensstijl
  •  seksueel grensoverschrijdend gedrag

 

3. Agressief gedrag

Bij zowel opstandig gedrag als antisociaal gedrag kan het gaan om een gedragsprobleem zonder of met enige mate van agressie. Wanneer er sprake is van agressie is onderscheid te maken in:   

  •   fysiek agressief gedrag (stompen, slaan, knijpen, schoppen, vechten, vernielen)
  •   verbaal agressief gedrag (uitschelden, kwetsen, vernederen, bedreigen, pesten)
  •   relationeel agressief gedrag (onjuiste geruchten verspreiden over een andere jeugdige om deze buiten de       groep te sluiten, uit wraak vriendschap sluiten met een derde)

 

Oorzaken van gedragsstoornissen

1. Gedragsstoornissen vanuit een vroeg begin

Gedragsstoornissen die ontstaan voor het tiende levensjaar ontstaan in veel gevallen vanuit een wisselwerking tussen kwetsbaarheid van het kind en omgevingsfactoren. 

Kwetsbaarheid van kinderen kan veroorzaakt worden door problemen tijdens de zwangerschap en problemen bij de geboorte (bijvoorbeeld laag geboortegewicht, zuurstoftekort), maar vooral door erfelijkheid en de werking van de hersenen. Hersenen bestaan uit banen waarin stoffen een rol spelen die voor de prikkeloverdracht tussen zenuwen zorgen. De hersenbanen dragen zorg voor functies als de aandacht, het onderdrukken van impulsen en het beheersen van emoties. Kleine afwijkingen in deze banen kunnen leiden tot verstoringen van deze functies. Als gevolg hiervan komen aandachtsproblemen voor, impulsiviteit, overbeweeglijkheid en heftig reageren. Deze kunnen al in de eerste levensjaren te zien zijn. We spreken dan van een moeilijk temperament dat zich in de kleutertijd verder kan ontwikkelen tot ADHD of Opstandige gedragsstoornis of beide tegelijk. Daarnaast zijn sommige kinderen minder gevoelig voor pijn en verdriet van anderen; ook zijn ze minder gevoelig voor straf. Ten slotte kan het vermogen om te denken en het taalvermogen minder goed aangelegd zijn. Deze zijn belangrijk om ingewikkelde sociale situaties goed te begrijpen of er met woorden goed mee om te gaan.

De omgeving kunnen het ontstaan van gedragsstoornissen in stand houden en soms ook vergroten. De omgeving bestaat uit de buurt, school, het gezin, vrienden en televisie/videospellen.

Bij jonge kinderen zien we gedrag waarin kinderen hun zin doordrijven. Peuters worden heel dwars en boos en kunnen driftbuien laten zien op het moment dat ouders grenzen stellen. Bij kinderen met een beginnende gedragsstoornis komen deze situaties veel vaker voor, zijn heftiger en duren langer en het is dan moeilijker om grenzen te stellen en consequent te blijven. Ouders geven eerder toe om het conflict uit de weg te gaan, maar wanneer ouders herhaaldelijk toegeven, kunnen kinderen denken hun zin te krijgen met schreeuwen, schelden en slaan. De kans dat ze dit gedrag vaker gaan vertonen neemt dan toe. Op school worden er ook grenzen gesteld en deze kinderen krijgen moeite om de grenzen van de leerkracht te accepteren. Als ze in het contact met andere kinderen hun zin doordrijven, zich overheersend opstellen of impulsief gedrag vertonen, bestaat het gevaar dat ze minder vaak worden uitgenodigd voor verjaardagspartijtjes of om na school te spelen. Dit alles ervaren ze als afwijzing, ze gaan zich eenzaam voelen en anderen als vijandig ervaren. Omdat ze denken dat anderen het slecht voor hebben met hen, gaan ze agressieve middelen gebruiken om eigen doelen te bereiken.

 

2. Gedragsstoornissen die later aanvangen

Bij sommige kinderen zien we dat gedragsstoornissen zich na het tiende jaar ontwikkelen. De redenen en factoren die met deze gedragsstoornissen te maken hebben is minder met zekerheid bekend. In veel situaties is er sprake van heftige gezagsconflicten, onvoldoende zicht van de ouders op het doen en laten van het kind en de aansluiting bij een groep leeftijdgenoten met lichte of ernstiger vormen van delinquentie (criminaliteit). Het ongewenste gedrag is vaak van beperkte duur, onder andere doordat deze kinderen in vergelijking met die van de vorm met een vroeg begin veel beter zijn toegerust met schoolse en sociale vaardigheden die ze zich in de schoolleeftijd hebben eigen gemaakt.

 

Begeleiding van gedragsstoornissen bij Bloomm & Co

Bij Bloomm & Co vinden wij het belangrijk om het kind en hun ouders te zien en niet specifiek de gedragsstoornis. Wij kijken naar meerdere factoren, waaronder de banen in het brein (reflexintegratie) en zijn erop gericht om de ouders te vaardigheden bij te leren om op een andere wijze met het gedrag om te leren gaan. Wij vinden het belangrijk om de situatie te begrijpen en niet te veroordelen. Wij nemen kinderen mee op hun reis en geven hun ruimte om ons duidelijk te maken wat er aan de hand is. Dat mag op hun eigen manier. Zo kunnen we kinderen het beste nieuwe vaardigheden leren om anders te kunnen reageren op situaties van het dagelijkse leven. In veel gevallen is het wenselijk dat de school betrokken wordt. 

We betrekken de school erbij

Wij vinden het belangrijk dat er ook op school op een speciale manier op het gedrag van het kind gereageerd wordt. Informatie over het gedrag van het kind en eventueel informatie over IQ onderzoek, kan de leerkracht helpen het gedrag van het kind beter te begrijpen. Dit doen wij altijd in overleg met de ouders. Jullie beslissen in hoeverre informatie gegeven mag worden. Een goede samenwerking tussen school, ouders en Bloomm & Co is van groot belang om de aanpak op elkaar af te stemmen.

Sociale vaardigheden bij gedragsproblemen

Sociale vaardigheden is een belangrijke vaardigheid die kinderen met gedragsproblemen meestal als moeilijk ervaren. Wij leren de kinderen om te werken aan deze probleemoplossende vaardigheden. Kinderen met gedragsstoornissen missen vaardigheden in het contact met anderen en in het verstandig oplossen van de problemen van alledag. In groepsverband leren ze vaardigheden in de communicatie, zoals de andere persoon aankijken, goed luisteren, de andere persoon uit laten praten en als het kind het met hem of haar niet eens is, dit op een rustige manier zeggen. Ze leren oog te hebben voor de gevoelens van andere personen en mee te voelen met bijvoorbeeld het verdriet van een ander. Ze leren moeilijke situaties juist in te schatten, na te denken wat een handige aanpak zou kunnen zijn en die toe te passen. Moeilijke situaties zijn bijvoorbeeld uitgelachen worden, niet mogen meedoen met een spel, of uitgedaagd worden om te vechten. Deze situaties roepen woede op en onbeheerste (impulsieve) onverstandige reacties zoals schelden of slaan. Ze leren dus hun woede te beheersen en na te denken over handiger oplossingen. Ook wordt in deze trainingen aandacht besteed aan sociale vaardigheden zoals zich invoegen in een groep, uitnodigen tot spel en weerstand bieden tegen het onder druk gezet worden om verkeerde dingen te doen. Deze trainingen worden meestal in groepsverband gegeven, omdat dan met leeftijdgenoten geoefend kan worden.

Contact met Bloomm & Co

Je ben welkom bij Bloomm & Co. Voor meer informatie mag je belle naar 0611200331 of mag je het contactformulier invullen.